Zes keer strijden tegen kanker

“Het zou al geweldig zijn als ik het vier keer haal”, glimlacht Ralf Buiter. De 33-jarige Marumer is teamleider en docent op een middelbare school en doet met vijf collega’s mee aan Alpe d’HuZes. Samen met nog ruim vierduizend fietsers beklimt het zestal op donderdag 9 juni de Alpe d’Huez om geld in te zamelen voor KWF Kankerbestrijding.
“We willen aantonen dat kanker niet het einde van de weg is”, legt Bart Veilbrief uit. Hij is vanaf de eerste editie betrokken bij de organisatie van de stichting Alpe d’HuZes, die zes jaar geleden ontstond. Initiatiefnemers Coen van Veenendaal en Benjo Agterhorst vonden het wielerseizoen 2005 zo weinig spannend, dat ze de datum 6 juni 2006 aangrepen om zes keer de Alpe d’Huez op te fietsen. De 66 deelnemers haalden ruim vier ton op. “Het bedrag is elk jaar bijna verdubbeld”, aldus Veilbrief.
Ieder jaar kwam er een beklimming bij, met negen beklimmingen als maximum in 2009. Veilbrief: “We kwamen er achter dat dit het verkeerde publiek aantrok [namelijk wedstrijdrenners]. Daarom hebben we vorig jaar het aantal beklimmingen weer teruggebracht naar zes. Alpe d’HuZes is nooit een wedstrijd geweest. Saamhorigheid staat centraal: elkaar die berg opschreeuwen.”
Illustrerend voor die saamhorigheid is het verhaal van Bas Mulder, een talentvolle mountainbiker bij wie eind 2009 voor de derde keer lymfeklierkanker geconstateerd werd. Mulder deed sinds 2007 mee aan de actie, maar was vorig jaar zo ziek dat hij zich moest beperken tot één klim. “Die jongen was zo sterk, hij had rondjes om ons heen moeten fietsen”, beseft Veilbrief. “In plaats daarvan hebben we hem met z’n allen omhoog geduwd.”
Op het moment dat Mulder na een lange, zware klim bijna boven was in het gelijknamige dorp op de top van de Alpe d’Huez, kwam hij er weer een beetje door, vertelt Veilbrief. “Vlak voor de finish trok hij hard aan zijn stuur en ramde zijn voorwiel met alle kracht op de grond. Hij schreeuwde daarbij van opluchting. Dat zal me altijd bijblijven.”
Eind 2010 maakte Omroep Gelderland een documentaire over Bas Mulder.
Uiteindelijk zou Mulder amper twee maanden na zijn prestatie de strijd met kanker alsnog verliezen. Jan Roelevink (51) deed in 2010 ook mee aan Alpe d’HuZes en kan zich nog goed herinneren hoe hij door het verhaal van Mulder geraakt werd: “Dan kom je terug van zomervakantie en hoor je dat Bas is overleden. Meer motivatie heb je niet nodig om opnieuw mee te doen.”
In 2011 is Roelevink er opnieuw bij. Samen met zeven anderen neemt hij deel als Stichting MoZes. Het team heeft tot dusver zo’n 23.000 euro opgehaald, maar hoopt de 32.000 euro van vorig jaar nog te overtreffen. Roelevink hoopt de Alpe d’Huez donderdag drie keer te beklimmen, een prestatie die des te indrukwekkender wordt doordat hij kanker heeft.
In 2006 werd bij hem lymfeklierkanker geconstateerd. Na meerdere operaties, bestraling en chemotherapie kunnen artsen weinig meer doen. Hij valt onder het zogenaamde ‘Wait and see’-beleid: men wacht gecontroleerd af en grijpt niet in totdat het écht noodzakelijk is. Roelevink: “Ik maak er liever het ‘wait and live’-beleid van, want ik houd niet van afwachten.”
Mocht het dit jaar goed gaan, dan beklimt hij de Alpe d’Huez wellicht nog een keer, “maar het aantal beklimmingen heeft geen prioriteit.” Tegen de inspanning kijkt de Drent niet op. Vorig jaar was hij slecht en toen verteerde hij de inspanning behoorlijk. “Ik denk dat iedereen het zwaar krijgt. Het is voor iedereen een zware fysieke belasting, voor mijn lichaam geldt dat ook.”

Het profiel van de klim naar Alpe d’Huez.
Dat het opfietsen van de Alpe d’Huez – stel je het gemiddelde viaduct voor, maar dan twee keer zo steil en veertien kilometer lang – een ontzettende prestatie is, beseft ook Bert Tukkers (51). De Peizenaar is een langzame starter en kijkt dus op tegen de steile eerste twee kilometers. “Als ik eenmaal op gang ben, dan komt het wel goed.”
Samen met zijn team trainde hij voor de beklimming van de Alpe d’Huez in het Zuid-Duitse Waldkirch, een klim die net zo steil is als de Franse berg, maar met elf kilometer iets korter. “Na de eerste bocht lag ik al op apegapen”, vertelt Tukkers lachend.
Hij wil donderdag de Alpe d’Huez één keer oprijden, maar als de pijn in zijn rug het hem toelaat wellicht nog een tweede keer. De betrekkelijk ongetrainde wielrenner fietst in het gezelschap van zeven collega’s van zijn IT-bedrijf. Een van hen sprak vorig jaar op een bedrijfsborrel zo enthousiast over het evenement, dat het bedrijf besloot als team mee te doen. Samen hopen zij zo’n 24.000 euro op te halen.
Niet lang nadat het team zich had ingeschreven, werd bij Tukkers’ vader botkanker geconstateerd. Hij had al eerder tumoren gehad, maar nadat deze weg waren gehaald leek hij genezen. Hij bleef steeds last van zijn rug en schouder houden en vroeg daarom voor de zekerheid om een scan. ‘Zijn botten op die scan waren helemaal zwart’, vertelt Tukkers. De kanker zat overal.
Na een ziektebed van slechts zes weken overleed zijn vader. De actie krijgt hierdoor een specialere betekenis voor Tukkers, erkent hij. “Doordat het je vader is komt het ineens dichtbij. Het is niet alsof het daarvoor een plezierritje was, maar de dood van mijn vader voegt wel een extra dimensie toe.”
Op de flanken van de Alp zal hij ongetwijfeld aan zijn vader denken, vertelt Tukkers. Bovenop de berg staan zijn dochters en vrouw hem op te wachten. Het wordt eerst emotioneel, verwacht hij, maar vlak daarna zal de stemming ook feestelijk en euforisch zijn. “En dan denk ik: ik ga nog een keer.”
Ook Buiters, wiens vader aan slokdarmkanker overleed toen hij vijftien was, laat het aantal beklimmingen afhangen van de vorm van die dag. “Ik ga me hoe dan ook helemaal leegrijden. Liever me tot het uiterste inspannen en drie keer omhoog, dan vijf keer met energie over”, vertelt hij tijdens zijn laatste trainingsrit op Nederlandse bodem.

Ralf Buiter in het officiële Alpe d’HuZes-tenue.
Wat hij donderdag moet verwachten, weet Buiter niet precies: “Een gigantisch saamhorigheidsgevoel van heel veel mensen die dicht bij de dood staan en voor dierbaren vechten.” Eenmaal boven op de Alpe d’Huez vermoedt hij dat hij zich enorm opgelucht voelt. “Ik dacht de afgelopen week wel: het is goed als het voorbij is. Op een gegeven moment gaat het alleen nog maar over 9 juni.”
Uit ervaring weet Veilbrief wat hij na afloop van de actie kan verwachten. “Het is altijd weer een ontlading. De eerste klim gaat het nog wel, maar hoe vermoeider mensen worden, hoe meer emoties naar boven komen: van euforie, maar ook verdriet om het verlies van geliefden. Zeker de laatste klim is heel bijzonder.”
De laatste van zijn beklimmingen rijdt Roelevink met zijn vrouw en zijn 11-jarige zoontje Mozes, die nierpatiënt is en naar wie het team genoemd is. De sfeer na afloop bovenop weet hij nog goed. “We hadden twee foto’s van dierbaren mee, die de strijd tegen kanker niet gehaald hebben. Dat was buitengewoon emotioneel. Als je dan na afloop op zo’n berg staat realiseer je: dichter bij de hemel kom je niet.”









Reacties
Er zijn nog geen reacties op dit bericht. Reageer als eerste!