Dauphiné is voorbereiding, maar geen trainingsritje

Traditiegetrouw testen de toppers van het wielerpeloton met het oog op de Tour de France hun benen in wedstrijden zoals het Criterium du Dauphiné en de Ronde van Zwitserland. Maar is een goede eindklassering daar ook een garantie voor een succesvolle Ronde van Frankrijk?
“Voor de toppers is het een bevestiging van hoe ze er voor staan”, zegt Piet Hoekstra. Hoekstra was in de jaren ‘70 kort professioneel wielrenner, werd later bekend als bondscoach van de nationale damesselectie en is nu ploegleider bij de wielerploeg Skil-Shimano. Hij denkt dat de Dauphiné vooral dient om het vertrouwen op te bouwen. “Dat het op alle vlakken goed zit.”
Dat de uitslag van de twee meerdaagse koersen een goede indicatie geeft van wie er sterk gaan presteren in juli, denkt ook Tom Rustebiel. De Groninger is wielerfanaat en heeft enkele jaren als journalist het wielrennen gevolgd. “Ik kan mij eigenlijk geen toprenners herinneren die in de Dauphiné goed reden en het vervolgens in de Tour lieten liggen.”

Renners die zowel in de Dauphiné of Zwitserland als in de Ronde van Frankrijk de top tien behaalden.
Het Criterium du Dauphiné, voorheen Dauphiné Libéré, staat al sinds 1947 op de wielerkalender. De koers die plaatsvindt in het zuidoosten van Frankrijk wordt verreden in het begin van juni. In de acht dagen durende wedstrijd worden een proloog en zeven etappes afgewerkt. Een van die etappes is een langere tijdrit. Daarnaast rijdt het peloton meerdere zware Alpenritten.
De Ronde van Zwitserland lijkt qua parcours op de Dauphiné, maar is iets zwaarder, een dag langer en wordt meestal een week later gereden dan de Franse wedstrijd. Volgens Hoekstra is met name de Dauphiné een goede manier om het parcours voor de Tour te verkennen, omdat elk jaar een aantal beklimmingen in zowel Tour als Dauphiné zijn opgenomen.
Toch zijn de Dauphiné en de Ronde van Zwitserland voor renners meer dan alleen een voorbereiding op de Ronde van Frankrijk. “Het is niet zo dat ze in de Dauphiné een trainingsritje gaan rijden”, aldus Hoekstra. “Het blijft een belangrijke wedstrijd. Neem maar van mij aan dat de renners die nu in de top vijf staan er zeker voor gaan.”
Jeroen Wielaert, een wielerjournalist die meer dan twintig keer de Tour volgde, denkt dat een zege in zo’n voorbereidingswedstrijd “goed is voor de publiciteit, erelijst en voor de positie binnen de ploeg.” Ook Hoekstra denkt dat sommige toppers de Ronde van Zwitserland of de Dauphiné aangrijpen om het vertrouwen binnen hun ploeg te krijgen en zo de positie van kopman in de Ronde van Frankrijk af te dwingen.
“Voor iedereen die nog geen grote ronde heeft gewonnen, is de Dauphiné een mooie koers,” stelt Rustebiel. Maar tegelijkertijd constateert hij een trend “dat renners die net niet goed genoeg zijn voor de Tour zich richten op wedstrijden zoals de Dauphiné. De echte toppers houden zich dan een beetje stil.”
Volgens Hoekstra zijn de twee meerdaagse koersen altijd al “sleutelwedstrijden geweest in opbouw naar de Tour de France.” Wel veranderd is de manier waarop renners hun seizoen inplannen. Waar coureurs vroeger een jaar lang presteerden, sluiten ze zich nu op en werken een jaar lang toe naar de Ronde van Frankrijk.
Hoekstra heeft er wel een verklaring voor. De Tour is de belangrijkste wedstrijd op de kalender en er valt zodoende een hele hoop geld te verdienen. “Waarom zou je negen maanden rijden als je je geld in drie weken kan verdienen?”

Afgelopen maandag verloor Robert Gesink, de beoogde Rabobank-kopman voor de Tour de France, in de Dauphiné anderhalve minuut op zijn tegenstanders bij een aankomst bergop. Er werd gesuggereerd dat het de Varssevelder weinig uitmaakte, omdat het immers slechts om een voorbereidende wedstrijd ging.
Hoekstra kan dit maar moeilijk geloven. “Denk maar niet dat hij er blij mee is dat ‘ie op anderhalve minuut gereden wordt.” Volgens de ploegleider kan het ook zijn dat het 25-jarige talent uit angst voor gladde wegen of gevaarlijke afdalingen voorzichtiger doet, iets wat gezien eerdere valpartijen niet vreemd is. In de Tour van 2009 moest Gesink al in een van de eerste etappes opgeven na een valpartij. Enkele maanden daarop verloor hij een tweede plek in de Ronde van Spanje door de gevolgen van een val.
Dat Gesinks vorm nog niet optimaal is in de Dauphiné is nog geen aanleiding om te vrezen voor zijn prestaties in de Tour. Om te beginnen heeft hij nog meer dan een maand om in topvorm te komen en, zo stelt Wielaert, “in de drie weken die de Tour duurt kun je nog behoorlijk in je ritme komen.”
De kans is dus aanzienlijk dat een aantal van de renners die zondag in de Dauphiné en een week later in de Ronde van Zwitserland hoog eindigen in het algemeen klassement komende zomer schitteren in de Ronde van Frankrijk. Maar, nuanceert Wielaert, de uitslag van de Dauphiné “is niet meer dan een aanwijzing. De Tour spreekt uiteindelijk de definitieve waarheid.”









Reacties
Er zijn nog geen reacties op dit bericht. Reageer als eerste!