Geen bedreiging, maar een onontdekt gebied

De journalistiek zoals we die kennen verdwijnt. Althans, die mening is onder meer Mark Deuze toegedaan. Een toenemend aantal mensen leest het nieuws op internet, de oplages van kranten en tijdschriften lopen terug en de journalistieke kwaliteit verslechtert volgens menigeen. Dergelijke ontwikkelingen leiden tot groeiende paniek onder traditionele journalisten. De beschuldigende vinger wijst al snel richting online-collega’s; online nieuwssites ondermijnen de journalistieke professie.
Of deze beschuldiging terecht is, valt te betwijfelen. Jane B. Singer bekijkt de relatie tussen het traditionele en online-journalistieke beroep door middel van een sociologisch kader. Zij stelt dat online-journalisten het journalistieke vak alleen kunnen aantasten als zij zelf ook daadwerkelijk deel uitmaken van dat vak. Wanneer zij echter een wezenlijk ander beroep uitoefenen, doen ze niets anders dan concurreren met de bestaande professie. De sociologe en oud-journaliste komt in haar onderzoek niet tot een eenduidig antwoord: online-journalistiek heeft kenmerken die wezenlijk verschillen van zijn traditionele variant, maar beiden delen ook een hoop eigenschappen.
En zelfs al oefenen traditionele en online-journalisten in beginsel hetzelfde beroep uit, betekent dat automatisch ook dat de journalistieke professie wordt ondermijnd? Nee, verre van dat! Hoewel de komst van internet voor journalisten veranderingen op technisch en organisationeel gebied met zich meebrengt, blijven de werkwijze en de omgang met bronnen volgens Deuze hetzelfde.
Daarnaast houden journalisten vast aan de vijf traditionele journalistieke waarden: publieke dienstverlening, objectiviteit, autonomie, directheid en ethisch besef. De klacht aan het adres van online-journalisten is dat zij het journalistieke beroep uithollen en de kwaliteit van diens werk verminderen doordat ze snelheid en controverse verkiezen boven de eerdergenoemde vijf. Dit is een non-argument: snelheid verschilt amper van de ‘traditionele’ directheid en controverse, het publiekelijk verschillen van meningen, werd door middel van het aloude principe van hoor en wederhoor al in nieuwsberichten gehanteerd.
Dat de verhoogde publicatiedruk op internet niettemin een negatieve invloed heeft op de betrouwbaarheid en kwaliteit van de journalistiek, valt onmogelijk te ontkennen. De tendens om snelheid te verkiezen boven het checken van feiten en bronnen is echter geen keuze van de journalist zelf, maar het gevolg van de efficiëntie-eisen van de werkgever. Daar komt bij dat veel kranteneigenaren uit zijn op winst. Items moeten zo snel mogelijk gemaakt worden om het rendement zo hoog mogelijk te houden. Journalisten krijgen hierdoor steeds minder tijd om de waarschijnlijkheid van verhalen uit te zoeken en de ‘waarheid’ te achterhalen. De oorzaak voor dalende kwaliteit ligt dus voor een deel bij mediabedrijven zelf.
In mijn ogen brengt de komst van internet in de journalistiek vooral ook grote voordelen met zich mee. Een daarvan is de mogelijkheid om op een creatievere manier verslag te doen. Maar veel online-journalisten werken vooralsnog medium-driven; ze maken het verhaal bruikbaar voor een medium in plaats van te kijken welke media het meest geschikt zijn om het verhaal te vertellen. Dat de volledige potentie van het internet tot op heden nog niet wordt gebruikt, heeft te maken met de conservatieve houding van traditionele media ten opzichte van technologische ontwikkeling. Journalisten gebruiken het internet met liefde als het ze past, maar staan huiverig tegenover verandering. Traditionele media vallen het nieuwe medium liever aan dan dat ze zich erbij aansluiten of er mee gaan samenwerken.
Deze houding is overigens niet nieuw, zo schrijft Jane Chapman. Internet is niet de eerste technologische ontwikkeling in de journalistiek en het zal de laatste ook niet zijn. Alle nieuwe media riepen in hun beginfase een afwerende reactie op bij de al bestaande media: het Internet, de audiovisuele media en zelfs Gutenbergs drukpers. Na verloop van tijd ontwikkelt het nieuwe medium zich, net als de manier waarop men het nieuwe medium gebruikt: in eerste instantie benaderd men het medium op dezelfde manier als bekende media, pas na verloop van tijd ontwikkelt het medium zijn eigen karakteristieken.
Ik verwacht dat het internet van steeds grotere betekenis wordt voor de journalistiek. Nu levert het nieuwe medium nog een aantal problemen op, maar in de komende jaren zal de rol van het web zich steeds verder uitkristalliseren. Wanneer de gevestigde journalistiek overtuigd raakt van de mogelijkheden van het medium, is internet dan ook niet langer een bedreiging voor, maar juist waardevolle toevoeging aan het journalistieke vak. Maar daarvoor zullen mediabazen ook bereid moeten zijn iets in te binden met hun verregaande commercialisering.









Reacties
Er zijn nog geen reacties op dit bericht. Reageer als eerste!